Wie dagelijks in de elektronica-industrie werkt, heeft vrijwel zeker van IPC-A-610 gehoord. Toch bestaan er nog de nodige misverstanden over wat deze standaard en de bijbehorende certificering precies betekenen. Dat merkt ook een ervaren trainer van PIEK tijdens zijn trainingen.
“Een van de eerste dingen die ik cursisten vraag, is wat ze van de training verwachten,” vertelt hij. “Dan hoor ik regelmatig: ik ga leren solderen. Maar IPC-A-610 is geen soldeercursus. Het gaat vooral om het herkennen en beoordelen van elektronische assemblages aan de hand van vastgestelde acceptatiecriteria.”
Aan tafel zit ook Thomas, kwaliteitsmedewerker bij een middelgrote Duitse EMS-producent. Dagelijks beoordeelt hij elektronische assemblages voor industriële klanten. Hij dacht vooraf dat de training vooral een bevestiging zou zijn van wat hij al wist.
“Ik werk inmiddels ruim acht jaar met printplaten en dacht dat ik behoorlijk goed kon beoordelen wat acceptabel was en wat niet. Tijdens de training ontdekte ik dat een deel van mijn oordeel vooral gebaseerd was op ervaring en op hoe wij het binnen ons bedrijf altijd deden. Nu kan ik veel beter onderbouwen waarom iets wel of niet acceptabel is.”
Dezelfde taal spreken
Volgens de PIEK-trainer is juist dat een belangrijk voordeel van werken volgens een internationale standaard.
“Neem een soldeerverbinding waarover discussie ontstaat. De operator vindt hem goed, de inspecteur twijfelt en de klant keurt hem af. Als iedereen vanuit zijn eigen ervaring redeneert, krijg je discussies. Met IPC-A-610 creëer je een gemeenschappelijk referentiekader.”
Thomas herkent dat. “Ik merk dat ik sinds de training anders overleg met onze productiemedewerkers. In plaats van te zeggen: ik vind dit niet goed, kunnen we samen naar de criteria kijken. Dat maakt zo’n gesprek veel objectiever.”
Niet iedereen heeft dezelfde training nodig
Een ander misverstand is dat iedereen binnen een productiebedrijf dezelfde IPC-training zou moeten volgen.
“Een operator, inspecteur, engineer en kwaliteitsmanager hebben verschillende verantwoordelijkheden,” legt de trainer uit. “Daarom moet je eerst kijken naar wat iemand in de praktijk doet. Pas daarna bepaal je welke training daarbij past.”
Ook de gedachte dat de strengste IPC-productklasse automatisch de beste keuze is, klopt volgens hem niet. De toepassing van het product en de eisen van de opdrachtgever zijn bepalend.
Het certificaat is pas het begin
Thomas kwam aanvankelijk vooral voor zijn certificaat. “Maar uiteindelijk neem ik iets anders mee. Ik kijk bewuster naar onze processen en stel vaker de vraag waarom we iets goed- of afkeuren.”
De trainer glimlacht. “Dan heeft de training bereikt wat hij moet bereiken. Natuurlijk is het certificaat belangrijk. Maar kwaliteit ontstaat niet door het certificaat aan de muur. Kwaliteit ontstaat wanneer mensen begrijpen wat ze doen, dezelfde criteria hanteren en die kennis iedere dag opnieuw toepassen.”
IPC-certificering is daarmee geen eindpunt, maar een praktisch instrument om kwaliteit binnen de organisatie structureel te verbeteren.
Wilt u uw medewerkers laten trainen door het opleidingscentrum voor de technische verbindingsindustrie? Neem contact op met Wendy Wings via support@piektraining.com of telefonisch via +31 45 570 33 33.